dinsdag 23 februari 2010

Dagboek 12 - 13 januari 2010

dinsdag 12 januari 2010 0801

Toen ik in oktober in het Diak in Zeist lag was ik de bevoorrechte persoon. Twee mensen met uitzaaiingen in het neurologisch systeem, één met vage epileptische verschijnselen, en ik met ‘alleen maar een hernia’.
't Valt niet mee wakker te worden op een zaal met twee personen die een geslaagde herniaoperatie achter de rug hebben en één die wacht op een plaats in de revalidatiekliniek.

Beroerde nacht, veel wakker met de mantra 'een mottig sacrum' in m'n hoofd. Soms verdrietig en me erover verbazend dat ik het niet zo erg vind om dood te gaan. Mooi leven gehad, veel liefde ontvangen, mijn dochters kunnen zichzelf redden, S. is sterk, redt het ook wel zonder mij met haar intense vriendschappen, maar ik zou er nog zo godsliederlijk graag lang getuige van willen zijn.
Mijn intuïtie geeft me in dat de tumor zich verknoopt heeft met de zenuwen in het bekken. Ik zie niet wat hier aan te ontknopen valt: bestralen? chemotherapie? al die moeilijke keuzes waar mijn zus vorige zomer voor stond?

Nu eerst maar weer een potje huilen, hoewel, dit schrijven geeft ook wel wat lucht.

1030 uur

De kanker heeft drie mogelijke bronnen: longen, prostaat, huid. Wie van de drie gaan ze vandaag uitzoeken.
Ik bereid me erop voor dat het een heel harde boodschap wordt.
En dan komt er een sms'je van S.: Lieverd, ik stap nu in de auto en kom je naar je toe en de tranen biggelen me over de wangen.

Alles wil ik noteren, alles vastleggen, voor mezelf in de eerste plaats, maar ook voor anderen, de kinderen vooral, maar waartoe? Is het om te tonen wie ik ben? Maar dat weten ze zo onderhand wel, volwassen wijze meiden als ze zijn. Is het dan om schriftelijk te bewijzen hoeveel ik van ze houd omdat ik daar fysiek niet zo makkelijk en vanzelfsprekend uiting aan weet te geven?


woensdag 13 januari 2010 0412 uur

Een slaappil heeft me ongeveer 2 uur in onbewustzijn ondergedompeld. Toen werd ik wakker met behoorlijke pijn in mijn enkel. 'Laat ik maar even gaan plassen nu ik toch wakker ben' en als een mokerslag komt de gedachte neer 'Ik heb kanker, ik ga binnenkort dood. Nee, nu geen tranen, fok je niet op!'
Ik val weer in slaap en tegen 4 uur wordt de pijn zo erg dat ik om een Oxynorm vraag, en ten tweede male slaat de angst me om het hart: wat zal er nog allemaal volgen? Net als mijn zus strompel ik met een slepend linkerbeen dat niet wil, en dat naar ik aanneem ook nooit meer zal willen. Godverdomme, een paar maanden geleden rende ik over de Zaanse Dam en de Catharijnesingel en now it's over, all over.
Ik verlang hartstochtelijk naar S. die nu wellicht ook ligt te draaien en te huilen in bed. Ik houd zo vreselijk veel van haar, heb zo met haar te doen, zoals zij met mij. Ze kwam afgelopen ochtend met 27 Liefdesliedjes, Judith Herzbergs bewerking van het Hooglied. Nummer 24 had ze speciaal aangekruist:

Als je zoveel om iemand gaf.

Je zoenen zijn zoeter dan
zoeter dan honing en ik vind je
mooier en liever, liever
en aardiger nog dan de koning.
We gaan samen liggen
een eind hier vandaan.



Nu maar weer proberen te slapen en de moed verdomme niet nu al, op dag 2 van de rest van mijn leven, laten zakken.

Maar die nachten, o, die eenzame nachten.

Houd me dicht tegen je aan
als een band om je arm
als een hanger op je hart
want sterk als de dood
is de liefde.



Ik zie het al helemaal voor me, de uitvaartdienst gelardeerd met deze teksten. O, wat zal dat mooi en verdrietig zijn.

Dagboek 11 januari 2010


maandag 11 januari 2010 1847 uur


Sinds een uur ben ik kankerpatiënt, met een minimale slag om de arm was dat het slechte nieuws waarvoor de neuroloog ons vanmiddag samen wilde spreken.
Komende dagen onderzoeken; morgen CT-scan (op zoek naar longkanker) en buikholte (prostaat- of botkanker) en bloedonderzoek.

Wat verder te schrijven? Sinds 5 uur vanmiddag is er niets met mijn lijf veranderd behalve dat er duizenden cellen zijn afgestorven en nieuwe gevormd. Ik voel me nog steeds gelukkig nu de permanente pijn weg is en ik weer ergens anders aandacht aan kan besteden, aan mijn eigen situatie bij voorbeeld, maar daar heb ik nu helemaal niet zo’n zin in, wel om wat gedachten te noteren die het afgelopen uur door m’n hoofd speelden.


‘Hoera, een hernia’ riepen we op 9 oktober. Vanaf de operatie en de daardoor niet verdwenen klachten vroeg ik me al af of er wel echt een hernia is verwijderd.
‘Dat heiligbeen ziet er wat mottig uit’, die opmerking van de chirurg bij de beoordeling van de eerste mri pikte ik op en baarde me toen zorgen, maar de operatie leidde de aandacht helemaal af. Nu kun je constateren dat de deskundigen (neurologen) zich in de luren hebben laten leggen door de vermeende hernia. Alle aandacht daarop gericht en niet meer verder gekeken, tot ik dit weekend uitval van mijn grote teenspieren moest melden. Dat klopte niet met het protocol HNP en zette de deskundigen aan het denken, met het verzoek aan de radioloog om de mri’s nog eens goed te bekijken en jawel, de vlekjes die er op 6 oktober te zien waren op het heiligbeen hebben zich uitgebreid. Dus de vijand kwam van binnenuit, een gedachte die ik al eerder kreeg toen het operatiegebied en het pijngebied maar steeds niet leken te corresponderen. ‘Ja’ zei de chirurg vorige week nog ‘dat is normaal, vergelijkbaar met de fantoompijn bij een beenamputatie’.

Zelf wilde ik de beide dochters en mijn zus bellen. Emotionele momenten, maar ik wilde dat beslist zelf doen. Zo belde in februari 1973 mijn vader dat-ie slecht nieuws had. Vier maanden later was hij dood.
En verder realiseerde ik me meer dan ooit hoe zielsveel ik van S. en de beide dochters houd en hoeveel mooie momenten ik nog met hen kan beleven.
Later ongetwijfeld meer.
Pluk de dag!

2023 uur
Bob den Uyl uitgelezen, Trouw van vandaag uit, moment van bespiegeling aangebroken? ‘k Weet eigenlijk niet waar ik moet beginnen, met het opstellen van een lijst van zaken die ik voor mijn overlijden nog moet afronden? Onbewerkt videomateriaal op schijf zetten? Administratie van abonnementen en giften doorploegen zodat Saar daar geen omkijken meer naar heeft? Uitvaartdienst voorbereiden? Graf zoeken – Brandenburgerweg? Of Den en Rust?
Gek, ik voel me volstrekt rustig en gefocusseerd, ben blij ‘alle tijd te hebben’ na te denken over wat ik nog wil, afscheid te nemen van alle geliefden, treur om het verdriet dat zij nu hebben, zoals ooit onze buurman in Hoofddorp zei toen hij zijn doodvonnis had gehoord Dat vind ik het allerergste, het verdriet dat ik mijn vrouw en kinderen aandoe..

Dagboek 7 - 9 januari 2010

donderdag 7 januari 2010 10 uur, Diakonessenhuis Utrecht

(...)
Pim van Lommel zet me met zijn Eindeloos bewustzijn aan het denken, tast mijn sinds Daniel Dennett’s Het bewustzijn verklaard overtuigde materialistische visie op het brein wel enigszins aan, nee, doet vragen rijzen, maar haalt me er niet toe over te geloven in een hiernamaals. Nu ik voorlopig weer 3 weken onder de pannen ben (gisteren een gesprek met de neurochirurg gehad – die begrijpt ook niet wat er met mijn voet gaande is) wil ik geen mensen spreken.
Ik ben niet meer in staat gezellige babbels te onderhouden met al die goedbedoelende medemensen, heb nu even geen zin me te interesseren voor relatieproblemen en goede raadgevingen. Sms’jes zijn welkom, doen goed, maar voor live gesprekken ontbreekt me de energie.
Ik zou veel meer van mijn overdenkingen willen vastleggen maar liggend schrijven valt niet me, en zitten hou ik hooguit een paar minuten vol. Jammer maar het is niet anders. En ik leef nog, en ik verlies geen gewicht dus alles (wat is dat?) kan goed komen – zeggen ze; vooruit denken doe ik zo min mogelijk. Leven bij de dag is ook nu aanbevelenswaardig.

Voor de zoveelste keer een fysiotherapeut die allerlei testjes met me uitvoert.
‘Kun je op je tenen staan?’ vroeg ze en ineens sprongen de tranen me in de ogen, werd het besef van verlies, van het geen controle hebben over mijn eigen lijf me te machtig.
Zoals gebruikelijk met vrouwen in dit soort omstandigheden legde ze een hand op mijn arm: ‘Moeilijk hè!’
Zo lief.


zaterdag 9 januari 2010 1150 uur, Diakonessenhuis Utrecht


Gisteren de dienstdoende neuroloog uitgescholden toen hij ‘wel even’ zou nagaan hoe ver hij mijn linkerbeen kon strekken: "G.v.d. stop daarmee man!"
Toen werd hij wat aanspreekbaarder, wat minder ballerig arrogant en nam hij mijn probleem serieus.

De hele dag was het eigenlijk crisis – huilen zonder directe aanleiding, of het zou de uitzichtloosheid van de situatie moeten zijn, het niet weten of er op de achtergrond nou iets gedaan wordt aan mijn probleem, of het gesprek met de chirurg van afgelopen woensdag überhaupt iets in beweging heeft gezet, of de pijn die bij vlagen, en helemaal bij het lopen, al het andere om mij heen onbelangrijk maakt, serieus wordt genomen. Mijn voet wordt één bonk pijn zodra ik langer dan een minuut in rechtopstaande positie ben. Met een loopmobiel kan ik net naar het toilet, na afloop lig ik minuten lang uit te hijgen en te genieten van het feit dat ik weer lig. Ik ben dan het centrum van de wereld en hoef niets, van niemand, alleen met mezelf, in mezelf verzonken, al of niet wegzwevend op de muziek uit mijn telefoon. Met de nieuwe medicatie gaat het nu een stuk beter, zo goed dat ik zelfs de tv-aansluiting heb geactiveerd.

Dagboek 14 en 15 december 2009

maandag 14 december 2015 Diak Utrecht zaal 156

Jawel, tussentijds (vanaf 8 november) thuis geweest. De eerste drie dagen gingen verrassend goed, in het weekend kwam de pijn weer enigszins terug, maar aanvankelijk niet zo heftig. Twee weken de spanning of ik zodanig zou herstellen dat ik nog een keer naar mijn zus in Twello kon. Op zaterdag 23 november telefonisch nog een paar woorden met haar gewisseld. Op woensdag 25 november overleed ze. Ik kon – plat liggend in de auto – naar de begrafenis. En ook dat ging – fysiek gezien – aardig goed. De twee dagen daarna weer heel veel pijn.
En toen kwam het weekend en kreeg ik voor het eerst het gevoel: dit gaat de goede kant op. Maandag 7 november wandeling naar het winkelcentrum, en daarna weer geheel bergafwaarts, aan het eind van de week dusdanig dat ik de moed voor het eerst echt begon te verliezen, zeker toen onze overbuurman vrijdag vertelde van zijn contact met een bevriende neurochirurg die opperde: een recidief. Ik had zelf toen al het gevoel: dit gaat niet goed. Zaterdag overdag krimpende pijnen. Saar belde de huisartsenpost en met de extra morfinetabletten die ik voorgeschreven kreeg voor het eerst weer een fatsoenlijke, vrijwel pijnloze nacht gehad. Ook afgelopen nacht onder de morfine redelijk uitgerust.
Vanochtend nam Saar het heft in handen en vanmiddag stapte ik als spoedpatiënt het Diak weer binnen waar de neuroloog al snel de conclusie bevestigde: een nieuwe hernia.

Hallo, hallo, bent u daar nog? ‘k Kan moeilijk zitten, wel een beetje scharrelen en blij dat er weer actie wordt ondernomen. Alles beter dan dag in dag uit slampamperen in bed, zoeken naar een houding die zo min mogelijk pijn oplevert, en gespannen in bed stappen met de vraag: hoe lang gaat het vannacht goed?
Nu lekker liggen, soezen, muziek luisteren en wachten op de dingen die komen gaan.
Ondertussen onder de indruk van de grote betrokkenheid van Christel (die stuurde ons zaterdag naar de huisartsenpost) en Hinke. En natuurlijk Saar. Wat een moordwijven heb ik om me heen.


dinsdag 15 december

Of het van de medicijnen komt of van het ontbreken van pijn, ik lig gewoon in bed te genieten. Wat een genot is dat, je kunnen bewegen zonder krampachtig de pijnlijke onderrug te moeten ontzien.
6 x 5 mg Oxynorm veroorzaakt mogelijk ook een lichte vorm van euforie, maar het belangrijkste is dat ik me sinds maanden weer behaaglijk voel in bed.
Hoe het verder ook gaat – morgenmiddag een mri – dit heb ik in elk geval binnen. Zitten gaat nog niet goed, en de controle over mijn linkerbeen is niet 100%, maar door deze uren zonder pijn voel ik me herboren.
Buiten is de hemel strakblauw, de 3 kamergenoten zijn de rust zelve, ik lees veel – Verzamelde Gedichten van Ida Gerhardt en Oeroeg van Hella Haasse – luister af en toe naar mijn muziek en ben in afwachting van Saar, de schat die de afgelopen tijd mee leed en zo ontzettend goed voor me is.
En dan flitst er soms en gedachte door m’n hoofd: zou ik komende zomer weer helemaal mobiel zijn, inclusief hardlopen? Even een vraag, meer is het niet en zorgen maak ik me niet echt, maar soms vraag ik me het wel even af.

HNP 3

Lieve mensen,

‘Dat was een taaie hernia’, die zin speelde door mijn hoofd toen ik maandagmiddag 16 november rond 18 uur uit de narcose bijkwam. “Heb ik dat nou gedroomd of heeft de chirurg dat tegen me gezegd?“ vroeg ik aan de verpleegkundige die kwam controleren of ik echt teruggekeerd was in het land der levenden. “Jazeker heeft-ie dat gezegd” was haar reactie.
Woensdag jl. kwam de neurochirurg uitgebreider verslag doen van zijn bevindingen: “U hebt me wel voor verrassingen gesteld. U bent een bijzonder geval” (altijd leuk te horen dat je niet tot de voorspelbare grijze middelmaat behoort) was zijn binnenkomer. “Meteen na mijn eerste incisie stootte ik op een kalkplaat zodat ik eerst op een röntgenbeeld moest nagaan of ik wel op de goede plek zat. Toen dat duidelijk was en ik de spieren opzij had gelegd kwam ik op de plaats van de hernia een conglomeraat tegen waar ik kop noch staart aan kon ontdekken”.
Wat bleek? Al heel lang geleden moet ik een hernia hebben gehad die in de loop der jaren helemaal verkalkt is geraakt en samengegroeid met de daar lopende zenuwen tot een moeilijk te ontwarren kluwen. Zaak was dus met zorg alle resten van de tussenwervelschijf en de kalk weg te bikken zonder de zenuwen te beschadigen. Dat was uiteindelijk gelukt met een botvergruizer. “Als je straks thuis bent en meer gaat bewegen zal die zenuw nog wel een paar dagen gaan opspelen” waarschuwde hij.
Nou, dat heb ik geweten. Nadat ik donderdag en vrijdag vrijwel pijnloos weer een beetje op gang begon te komen en dacht ‘Zo dat gaat lekker en makkelijk’ kwamen in de nacht van vrijdag op zaterdag de oude zenuwpijnen terug, weliswaar niet zo hevig als voor de operatie maar de slaap werd er toch danig verstoord. Gisteren volgde een regelrechte POD , vandaag gaat het al weer een beetje beter.
Verdere vooruitzichten: op 6 januari 2010 moet ik mij weer vervoegen bij de chirurg. Tot die tijd veel rusten, twee keer in de week fysiotherapie, met wandelingen langzaam mijn actieradius opvoeren en mijn zitvermogen uitbreiden. Dat laatste is het meest urgente probleem want langer dan 5 minuten gaat dat (vanwege de nog danig geïrriteerde bekkenzenuwen) niet. Dat betekent dat ik voorshands niet aan autorijden hoef te denken of me in het openbaar vervoer begeven, noch dat ik de fiets mag bestijgen.

Ten slotte: ik kan het Diaconessenziekenhuis in Utrecht een ieder aanbevelen (als er tenminste een dwingende reden is tot opname in een hospitaal. Anders gaat mijn voorkeur uit naar thuis slapen). Betrokken en capabele specialisten, zeer aardige verpleegkundigen en een vloed aan behulpzame vrijwilligers. Misschien moet ik zeggen: een overvloed. Dan kwam er weer iemand langs met een krant, dan om je fruit te schillen, bloemen water te geven of om je desgewenst naar de huiskamer te rijden. Gek werd ik er soms van. Voeg daar bij een medepatiënte die de week tevoren plots haar spraakvermogen was kwijtgeraakt en nu bewonderenswaardige en heldhaftige pogingen deed de zinnen die ze in haar hoofd had weer uitgesproken te krijgen + twee uiterst praatgrage manlijke kamergenoten, de een van het niveau ‘Alle politici, bankdirecteuren en profvoetballers zijn zakkenvullers en iedereen hier houdt me aan het lijntje’, de tweede lag veelvuldig met een stentorstem telefoongesprekken te voeren en ontboste zowel ’s nachts als op momenten overdag dat hij niet telefoneerde of met mij wilde praten over de huidige stand van de kosmologische wetenschappen het complete Amazonegebied. Nee, voor je rust kun je maar beter thuis zijn. En dat ben ik, tot mijn en Saars onuitsprekelijke geluk.

Heel veel dank voor al jullie uitingen van medeleven en belangstelling, of dat nu was per sms, telefoon, mail of door aan mij & Saar te denken. Dat deed en doet me heel goed.

Hartelijke groet,
Henk van Dorp


HNP = Hernia Nuclei Pulposi

POD = Post-Operatie Depressie

Dagboek 16 november 2009

maandag 16 november 1155 Diakonessenhuis zaal 155 Utrecht

In afwachting van een rugoperatie (om 14 uur) kom ik er dan eindelijk toe om iets te schrijven, liggend in bed en steunend op mijn linkerarm. Comfortabel is anders, maar daar zitten helemaal niet gaat is dit enige optie.
Ik verheug me op de operatie, nee, dat is niet het de juiste formulering, ik verheug me op een situatie waarin ik geen rugpijn meer zal hebben, geen tabletten meer hoef te slikken en normaal kan functioneren, zonder de voortdurende pijnscheuten in mijn bil of onderin mijn rug. De intensiteit daarvan varieerde, was soms goed te dragen maar vooral ’s avonds ook amper te harden. De laatste week sliep ik – dankzij morfinetabletten – eindelijk wel weer redelijk en grotendeels pijnvrij.
Nu onder het mes in het vertrouwen dat alles goed gaat, me bewust van de kans van 1 op 150 dat er littekenweefsel ontstaat, en een kans van minder dan 1 op ? dat er een zenuw word doorgesneden die me de rest van m’n leven incontinent maakt. Verder rustig en nieuwsgierig hoe ik me vanavond zal voelen.
En ondertussen lijdt mijn zus en denkt ze erover toch maar naar een hospice te gaan,

Dagboek 20 oktober 2009

Citaat van 23 juni 2009: Dan te bedenken dat ik nog steeds de illusie kan koesteren dat ik niks ernstigs onder de leden heb, dat het een kwestie van dagen is dat ik me weer het heertje voel.

Van dat heertje voelen is niet gekomen. Na weken, wat zeg ik, maanden martelen hoorde ik op vrijdag 9 oktober eindelijk de diagnose: een hernia. Daarop kon de vlag uit en belandde ik nog diezelfde dag ter observatie in het Diakonessenhuis in Zeist. De daaraan voorafgaande twee weken was de pijn in de rug, vooral ’s nachts, bijna ondraaglijk geworden en kon ik – toen het dove gevoel zich steeds verder uitbreidde – weinig anders dan ‘een groeiende tumor’ als bron van het kwaad bedenken. Trouw sleepte ik mijn dagboek mee naar Zeist om mijn ervaringen ter plekke en mijn gevoelens, gedachten en overwegingen te noteren – over mijn eigen situatie, over die van mijn zus, over de zin van het leven in het algemeen en het uitzicht op de toekomst in het bijzonder – maar ik kwam er niet toe, had geen zin in het daarvoor benodigde ordenen van mijn gedachten en emoties.
En dat is nog steeds zo.

7 oktober 2009

Opmerking vooraf: vanaf augustus hadden we een schema waarbij familie en vrienden een dag in de week bij mijn jongste zus in Twello oppasten. Donderdag was onze ‘zorgdag’.


Lieve B. en andere meelezers,

De zeurende pijn waar ik al langer last van heb werd in het weekend zo hevig dat ik maandagmiddag op de spoedpoli van de afdeling Neurologie van het Diaconessen-ziekenhuis in Zeist belandde - ik had daar al een afspraak voor half oktober.
Het gesprek met de neuroloog leidde er toe dat ik sterkere pijnstillers kreeg voorgeschreven, vijf minuten later bij de bloedafname zat, gistermiddag in Utrecht in de mri-scanner werd geschoven (door alle verhalen van mijn jongste zus wist ik ongeveer wat me te wachten stond en gelukkig ben ik niet claustrofobisch) en 20 oktober de uitslagen van de onderzoeken krijg.

Afgelopen nacht werd de pijn weer dermate hevig dat ik om half zes maar een rondje ben gaan hardlopen - de enige activiteit waardoor de pijn tijdelijk verdwijnt.
Vervolgens heeft Saar vanochtend contact opgenomen met het ziekenhuis in Zeist. De neuroloog was vandaag afwezig maar belt mij morgenmiddag. Of hij dan al de uitslagen heeft weet ik niet.
Resultaat van een en ander is dus dat ik morgen verstek moet laten gaten in Twello*. Ik vind dat heel vervelend, heb het gevoel dat ik jullie in de steek laat, maar helaas, het is niet anders.
Als het maar enigszins kan hoop ik volgende week weer inzetbaar te zijn, maar op dit moment heb ik echt geen flauw idee hoe het verder gaat. Zodra daarover meer duidelijkheid komt laat ik het jullie natuurlijk weten.

Hartelijk groet en sterkte met alles,
Henk

Dagboek 17 juni 2009

1632, buiten in de tuin

Wat zou ik gaan doen als ik zojuist had gehoord “Mijnheer van Dorp, u wist dat u longkanker hebt, vandaag moet ik u meedelen dat er ook elders verdachte puntjes zijn gezien. U moet er ernstig rekening mee houden dat we u niet verder kunnen behandelen. Als die verdachte plekken inderdaad uitzaaiingen zijn – nader onderzoek moet dat nog uitwijzen – dan zou het wel eens binnen een half jaar afgelopen kunnen zijn”?
Mijn jongste zus kreeg vanochtend woorden van bovenstaande strekking te horen, Saar en ik gingen daarop wat in de tuin rommelen, grasmaaien, van die dingen.
Morgen krijgt mijn zwager te horen wat de uitkomsten zijn van het onderzoek naar uitzaaiingen dat hij vorige week onderging.
Zou ik de derde kankerpatiënt in de familie zijn? Normaal gesproken zou ik de vage pijn die ik nu ongeveer een week lang heel laag onder in mijn rug voel als ‘dat gaat wel weer over’ hebben betiteld. Nu denk ik er serieus over volgende week toch maar naar de huisarts te gaan als het wat zeurende gevoel dan nog steeds voortduurt.

Gisteren fietste ik een zware maar mooie 128 kilometer door de Ardennen, samen met andere KNMI’ers. Start en finish de Auberge de Jeunesses in Tilf. Ik verkeerde in onzekerheid over de vraag hoe me zo’n lange rit met veel zware Ardennenklimmen zou afgaan. Dat bleek best te gaan. Weliswaar is mijn klimcapaciteit in vergelijking met al die jonge(re) KNMI’ers niet top (maar ook niet slecht), maar waar bij velen na 80, 90 km de snee er een beetje af raakt, kwam ik toen pas goed op dreef. Dus: wat kanker? Ik voel me sterk, niet goed, verlies geen gewicht en haal me allerlei muizenissen in m’n hoofd die wellicht nergens op gebaseerd zijn.
Maar waar komt dat zeurende gevoel dan vandaan? Een vage pijn die ik situeer ergens bij de onderste rugspier/boven in de linkerbil. Als het allen een spier was zou dat toch minder moeten worden? Als het een ontsteking was zou ik daar andere verschijnselen bij moeten krijgen.

Terugkijkend op de laatste jaren van ons gezin kan ik slechts constateren dat het ons zeer wel is gegaan. Twee prachtige dochters, twee kleinzoons, heel ‘acceptabele’ schoonzoons (sorry meiden, het beste is niet goed genoeg voor jullie!) met wie we in mei een geweldige week op Texel beleefden. Verder allemaal een baan, een dak boven een ieders hoofd, wij een goed inkomen, man wat een voorspoed. Ooit komt daar natuurlijk een eind aan. Zou dat dezer dagen dan eindelijk het geval zijn?
Reden te meer om in het moment te blijven, in het nu, zonder te verwijlen bij het verleden, en zeker niet vooruit te kijken naar een ongewisse toekomst.
Maar verdrietig is het natuurlijk allemaal wel, allereerst voor mijn zus – god, wat heb ik met haar te doen, maar meer dan mijn liefde en respect en waardering uitspreken kan ik niet – en haar kinderen.
Ja, zo gaan dingen, zo gaat het in het leven, ik weet het, kom er ook niet tegen in opstand en voel een soort vrede met het bestaan die moeilijk te rijmen valt met de huidige omstandigheden – omdat het relatief nog steeds ver weg is? Omdat Saar, Christel, Hinke of de kleinzoons niet in het geding zijn?

Goed en slecht nieuws

Lieve mensen,

Na de boeiende en geslaagde reis naar Peru hadden we even gelegenheid de koffers uit te pakken, de tuin enigszins te fatsoeneren en de voorbereidingen te treffen voor een weekje Texel, om daar met kinderen en kleinkinderen ons 40-jarig huwelijk te vieren. Ook dat werd een prachtige week: leuk huisje, ideaal weer, perfecte sfeer.

We keerden huiswaarts met de gedachte "En nu is het tijd om eens onbezorgd van ons pensionado-zijn te gaan genieten!"
Dat feestelijke gevoel duurde helaas niet lang.
Begin vorige week hoorden we dat op een longfoto van mijn jongste zus 'iets verontrustends' was waargenomen, vrijdag kreeg ze te horen dat het om longkanker gaat. De dag tevoren belde mijn oudste zus met de boodschap dat bij haar man prostaatkanker is geconstateerd.

En zo zaten we gisteren aangeslagen bij elkaar in Dronten: twee lotgenoten/kankerpatiënten partner, broer, (schoon)zus en oudste zoon van jongste zus.
Waarover praat je op zo'n moment? Over verleden en heden en een zeer ongewisse toekomst en 'dat je er op dit moment gewoon helemaal niets van kunt zeggen'.
En we lachten, om macabere en om minder macabere grappen.

Vanaf vandaag gaan de medische molens voor zus en zwager echt draaien, volgende week woensdag en donderdag krijgen ze meer duidelijkheid over perspectieven en mogelijke behandelmethodes.
Het zal duidelijk zijn dat we een spannende en zorgelijke tijd tegemoet gaan.
Positief punt: we zijn vrij om te gaan en te staan waar we willen, zonder ons het hoofd te hoeven breken over werkverplichtingen.

We hopen natuurlijk met z'n allen dat ik eind volgende week enig hoopvol nieuws kan melden.

Hartelijke groet,
Henk